Straaljager

240479ca23ded735934767561774141414c3441

Tom Lanoye mocht zich voor dit jaar vastbijten in het Boekenweekgeschenk en de novelle Heldere hemel is hiervan het resultaat. Ik vind het de laatste jaren geen straf om het Boekenweekgeschenk te lezen en dit jaar is het niet anders.

De uitkomst van het verhaal is al bekend. Er stort een Russische straaljager op een Belgisch huis en daar komt een jongen bij om. Het gaat dus om het verhaal wat leidt tot dat drama. Dat doet Lanoye knap.

Waarom knap? Dat ga ik niet literairtechnisch onderbouwen, maar Lanoye weet mij te boeien met zijn verhaal. Dat begint al in het eerste hoofdstuk, na de korte proloog. Andrej hangt aan zijn parachute in het luchtruim. Zijn kist hield er mee op, hij volgde de voorschriften maar hij hing koud in de lucht of de motoren sloegen weer aan het het toestel verdween voor zijn onbemande solovlucht. En Andrej hangt. Alleen en in ongenade.

In België wordt een vrouw opgebeld door haar man. Hij heeft haar bedrogen met de ex van hun zoon en hij vertelt haar dat hij bij haar weg gaat. Zij wonen in een haciënda in lintbebouwing in het Belgische platteland. Zij wil er niet wonen, het was zijn droom. Nu is het voorbij. De ex komt haar opzoeken en dat levert een boeiende confrontatie op.

Het huiselijk drama wordt afgewisseld met beelden van de redaktiekamer waar men nieuws ruikt en van de controlekamer van waaruit het vliegtuig nauwlettend gevolgd wordt. De toenmalige spanning van de Koude Oorlog wordt mooi voelbaar gemaakt:

Dat mysterieuze Russische vliegtuig mocht straks in de barre werkelijkheid neerstorten op hun gepantserde en met beton beveiligde hoofden, met God weet welke lading - zij zouden het overleven. Hij en zijn Daisy, de Democraat en de Republikein, plus het kruim van het erzamelde personeel. In tegenstelling tot de rest van het personeel, alsook iedereen in een straal van tientallen kilometers. Dus ook de school in Watermael-Bosvoorde waar de beide kinderen van Daisy op dit moment hun les opdreunden.

De nadruk ligt echter op het echtelijk drama. De echte pineut van het verhaal, de zoon, speelt slechts een marginale rol. Hij komt uiteindelijk thuis om zijn gitaar te halen. Zijn moeder reed net weg in haar auto, maar moet wachten op een tractor. Ze kijkt achterom naar haar huis, waar haar zoon is. Je weet dat het onheil nadert en dat wordt prachtig beschreven. Toch maar even de laatste zin dan, als de zoon nog even zijn electrische gitaar aanslaat. Wil je dit boekje nog lezen, hier stoppen:

Hij slaat het beginakkoord aan en geniet van de hemels vette galm, luider dan ooit.
   Hij zal hem missen.
   Deze zolder. 

Ik vind dat mooi.

PS: wie zich nog afvraagt wat [lanwa:] betekent voor op de cover, er staat dus "Lanwa", met een kleine l, waarvan de rechterhaak met dubbele punt een smiley vormt. Het is een glimlachend verzoek van Lanoye om zijn naam goed uit te spreken.

Cello

Bach

Toen ik op het blog van Anna van Gelderen las over het boek De Cello Suites van Eric Siblin moest dit boek aangeschaft worden. Onvermijdelijk. Als muziekliefhebber en Bach-liefhebber in het bijzonder wil je hier over lezen. 

Het is het verhaal van een popmuziekrecensent die terecht komt bij een uitvoering van de cellosuites van Johann Sebastian Bach. Hij wordt gegrepen door de muziek en begint een zoektocht naar de geschiedenis van de cello suites. Die geschiedenis valt uiteen in drie verhaallijnen. Over het verloren gegane manuscript van de Bach-suites, over Pablo Casals, de beroemde cellist die de suites hun bekendheid gaf en over Siblins fascinatie voor de suites en de kracht die ze vandaag de dag nog bezitten.

Het verhaal is opgebouwd zoals de muziek zelf en bestaat uit zes suites, onderverdeeld in hoofdstukken die overeenkomen met de verschillende delen uit een suite. Leuk gevonden, maar ik heb mij er geen moment mee bezig gehouden. De geschiedenis van Bach, Pablo Casals en de zoektocht van de auteur gaan moeiteloos in elkaar over en het geheel leest vlot weg.

Lees de geschiedenissen vooral zelf. Ik vond zelf de zoektocht van de auteur het meest interessant, zeker omdat ik me ook in de suites heb verdiiept. Daarom vond ik het volgende citaat opvallend:

Intussen geldt de muziek niet meer als te zware kost voor de doorsneeluisteraar.

Daar was ik het niet mee eens. Waar de Bach-cantates, klavierwerken, vioolconcerten en Brandenburgse concerten fluitend en dartelend tot mij kwamen zag ik altijd op tegen de donkere cello suites. Een ander citaat doet recht aan hoe ik toen over het instrument dacht:

De cello...deed me denken aan een zwoegende boer uit een middeleeuws strijkerskoninkrijk, primitief en ruwgebolsterd, bij lange na niet onwikkeld genoeg voor de verfijnde muziek die hij nu speelde.

Voeg daarbij de niet ideale opname die ik in mijn bezit had; ik had een aardige noot te kraken. Maar ik schafte mij de muziek aan, kocht de transparante (en nog steeds favoriete) opname van Jaap ter Linden op Harmonia Mundi en er ging een wereld voor me open. Niets meer, niets minder. Ik koester ze nog steeds.

Daarom is het leuk om het enthousiasme van Siblin te volgen in zijn zoektocht naar de suites. Hij licht toe dat de suites, een ijkpunt voor iedere cellist, wellicht niet eens voor cello zijn geschreven. Misschien voor de luit, misschien voor de violoncello piccolo. Er zijn tegenwoordig versies voor piano, saxofoon, banjo en noem maar op, soms van verbazend goede kwaliteit. De suites nodigen nog steeds uit tot experimenten. De Nederlandse cellist Pieter Wispelwey wil de cellosuites een aantal malen volledig opnemen, als toetssteen voor waar hij staat in zijn ontwikkeling. De suites leven nog steeds.

Er is geen origineel in Bach's handschrift, we moeten het doen met afschriften. Daarom mogen we dromen dat de originelen misschien ooit nog eens gevonden worden. In wat voor een staat, dat weet niemand. Bach gebruikte een inkt dat het papier aanvreet. Toch is dat ook niet al te erg, zoals Siblin aanmerkt:

Dus als Bachs originele manuscript van de cellosuites nog ergens ligt, is het ook hoogstwaarschijnlijk bezig uit elkaar te vallen en zijn de geheimen die het bevat langzaam aan het verpulveren, zodat cellisten, luitisten, violoncello-piccolospelers en zelfs luisteraars zich gedwongen zullen zien hun eigen weg in de muziek te vinden.

Dat lijkt me nu juist het leukste dat er is.

Vertaling:  Frits van der Waa

 

 

Zwerver

Zwerver
Ik las het boek Zwerver in Parijs van Henri van Leeuwen in mijn jeugd al eens en het is een boek dat mij nooit meer heeft losgelaten. Toen ik het tegenkwam voor een luttel bedrag moest het direct aangeschaft. Ik was benieuwd of het nog steeds zo'n indruk zou maken.

Ja en nee. Het is het verhaal van een schrijver die in gezelschap naar Parijs vertrekt en daar oog heeft voor de vele clochards die Parijs bevolken. Hij vat het plan op om zelf als clochard in Parijs te gaan leven om hen zo te leren kennen en hun verhalen op te tekenen. Aanvankelijk loopt hij overdag als zichzelf door Parijs en 's avonds als een verklede zwerver, waar hij liederen zingt langs de terrasjes. 's Avonds slaapt hij dan nog in zijn hotel. Maar hij wil meer, de straat op, helemaal...

Toch moest dit komen en het zou komen, dat wist ik zeker, want in mijn hart was ik een clochard, die met alles gebroken had. Maar ja, het was een stap om tot de daad te komen. Goedbeschouwd hield niets mij tegen. Parijs herbergde duizenden van die stille, eenzame figuren, vermoeide, vergeten en verloren levens, mensen die leven van wat het lot hun brengt, die schouderophalend hongeren zonder te morren. Ze vormen een wereld op zichzelf, hebben in wezen met alles afgedaan en staan buiten het mechanisme van de geordende samenleving.

Uiteindelijk slaapt hij buiten en in opvanghuizen. Hij struint door de hallen en door de achterbuurten van Parijs. Hij wordt gearresteerd en komt in de 'coin', de arrestantenhoek, terecht. Hij ziet de Seinegieren die de ronddrijvende lijken beroven en komt in aanraking met de onderwereld. Maar hij gaat vooral gesprekken aan. Wat dan volgt zijn de levensverhalen van de mensen achter de zwervers. Het is het verhaal van Mira van de Hallen, van Marie La Salope, van de Japanse Taiso, van de oude Bels.

Het zijn schrijnende verhalen van mensen die zijn afgegleden. Zo is er de keurige kassier die zich laat verleiden door een mooie vrouw tot een miljoenenroof. Ze vluchten naar Marokko, waar hij in de gaten krijgt dat hij door haar bedrogen wordt. Zij gaat er met een vriend vandoor en hij heeft niets meer. Hij gaat hen achterna en vindt ze in een hotel;

Daar stond ze, haar ochtendjas los om haar schouders, de haren wat vochtig en verward. Ze schrok hevig. Haar grote ogen staarden mij aan of ze een spookverschijning zagen. Zij opende de mond, maar er zou geen woord meer over haar lippen komen. Het automatische pistool in mijn hand gaf snel achtereen twee vuurflitsen...Dat was het einde...De rest voltrok zich als in een nevel. Gillen, lawaai, mensen, politie, de klik van de boeien die zich om mijn polsen sloten...Ik stierf innerlijk, gelijk met haar.

Het boek staat vol met dergelijke verhalen. Ik denk dat de schrijver het mooier heeft opgeschreven dan het aan hem is verteld, want het is allemaal in bovenstaande stijl opgetekend. Dat verklaart de ja en nee van hierboven. De verhalen maken nog steeds indruk, want ik geloof wel dat er dergelijke verhalen achter al die zwervers schuilgaan. Het is allemaal wel iets te mooi, te hoogromantisch neergezet. Toch heeft het boek, tot op de dag van vandaag, mij met andere ogen doen kijken naar welke zwerver dan ook.

Voorbij

8e82880eab7be43592b37785a77434d414f4541
Op 17 maart 2012 houden we een bloggersbijeenkomst in Zwolle en daarvoor lezen we Alsof het voorbij is van Julian Barnes. Dat was bepaald geen straf. Het is geen dik boek, 158 pagina's en het leest als een trein.

Maar wat zeg je over zo'n boek? Waarom is het een goed boek? Dat heeft een beetje met balans te maken. Het boek bestaat uit twee delen. Deel één gaat over de jeugd van Tony Webster. Hij zit op school, heeft vrienden en een vriendin, Veronica. Zij gaat er vandoor met een vriend van hem, Adrian. Niet leuk, kan gebeuren, maar dan pleegt Adrian zelfmoord. Adrian Finn, de slimme, intelligente student die met zijn leraren de discussie aandurfde:

'Finn?'
'"Geschiedenis is de zekerheid die ontstaat op het punt waar de gebreken van de herinnering en de onvoomenheden van de documentatie samenkomen."'
'Is dat zo? Van wie heb je dat?'
'Van Lagrange meneer. Patrick Lagrange. Een Fransman.'
'Dat vernoedde ik al. Zou je een voorbeeld willen geven?'
'De zelfmoord van Robson, meneer'
'Wat heeft die er mee te maken?'
'Het is een historische gebeurtenis meneer, zij het van ondergeschikt belang. Maar wel recent. Dus zou ze gemakkelijk door de geschiedenis moeten kunnen worden begrepen. We weten dat hij dood is, we weten dat hij een vriendin had, we weten dat ze zwanger is - of was. Wat hebben we nog meer? Een enkel stukje documentatie...Bestaat dat briefje nog? Is het vernietigd?...Had Robson nog andere motieven of redenen...Hoe was zijn gemoedstoestand? We kunnen het niet weten, meneer, zelfs zo vlak erna niet. Dus hoe zou iemand over vijftig jaar het verhaal van Robson kunnen schrijven...Ziet u het probleem, meneer?'

Een lang citaat, maar hier ligt wel de essentie van het boek. Geschiedenis en herinneringen en daar gaat het tweede deel over. We zien Tony Webster ineens veel verder in zijn leven. Gescheiden, een volwassen dochter, hij is kalm verder gegaan met zijn leven. Tot hij wordt geconfronteerd met een nalatenschap uit het verleden, die direct te maken heeft met de zelfmoord van Adrian Finn en met Veronica. Uiteindelijk blijkt de geschiedenis toch even anders dan gedacht. Zijn hernieuwde confrontaties met Veronica doen je verlangen naar hoe het afloopt, je voelt dat er iets is. Dat wordt gevoed door Veronica's herhalende zin:

'Je begrijpt het gewoon niet hè? Je hebt het nooit begrepen en je zult het nooit begrijpen.'

Dus naast mijmeringen en bespiegelingen over herinneringen wil je ook gewoon weten hoe het afloopt. En dat komen we te weten en Webster ook. Webster in zijn jonge jaren en Webster in zijn oude jaren, die twee verbonden door een legaat en zijn herinneringen. Dat bedoelde ik met balans. Een verrassend boek.

Vertaling: Ronald Vlek

 

 

Dorsvloer

9789044616262_mi_pd_1
Een Dorsvloer Vol Confetti van Franca Treur was mij al in de media opgevallen door de lovende recensies die het boek ontving. Het is een sfeervol verhaal over een Zeeuwse, orthodoxe boerengemeenschap waar de hoofdpersoon, de boerendochter Katelijne van 12 jaar zich doorheen beweegt.

Katelijne woont in een groot gezin met zes broers. Die broers zijn belangrijk voor het boerenbedrijf, voor Katelijne geldt dat niet. Zij helpt in huis, of ze het nu leuk vindt of niet:

'Je bent nu eenmaal het enige meisje.' En ze moet goed begrijpen dat ze net als iedereen de verantwoordelijkheid heeft 'om het hier allemaal draaiende te houden'. De vader pakt haar arm en neemt haar mee naar de keuken, waar het aanrecht vol ligt met kaaskorsten, gebruikte sponsjes en pannen die aangekoekt zijn...'Het aanrecht en de wc,' zegt hij. "Daaraan kun je zien of je een goede huisvrouw bent.'

Voilà, behoudend Zeeland in de jaren '80 en '90. Wat het boek zijn charme geeft zijn de kleine details die overal genoemd worden. De kartonnen die buurman Sekker meeneemt en waar vader op bijhoudt welke vaarzen er koeien zijn geworden, welke koeien een kalf rijker zijn en welke koeien weg kunnen omdat ze te weinig melk hebben gegeven. De aanstaande zilveren koe op de schouw voor bijna 30 jaar levering van eersteklas melk, de bouillon en het sudderlapje van oma. Platter kan het land niet worden...

En dan is er de kerk. De verwijzingen naar het geloof zijn talloos. Meerdere diensten op de zondag die bezocht kunnen worden en het geloof zit altijd in het achterhoofd. Jannemieke, de vriendin van broer Rogier komt logeren. Natuurlijk slaapt zij niet bij Rogier, maar bij Katelijne in de twijfelaar:

 Wat gebeurt er als zij bij Jannemieke in bed ligt op het moment dat Jezus terugkomt op de wolken? Jezus zegt in een van de evangeliën 'In dien nacht zullen twee op één bed zijn; de een zal aangenomen, en de ander zal verlaten worden.' Ze zal Jannemieke nooit kunnen inhalen.

 Dat is een beetje de sfeer die het hele boek ademt. Traditioneel, behoudend, godvruchtig. Af en toe merk je dat je in nog in de twintigste eeuw zit als de Beatles en Led Zeppelin worden afgezet tegen de Bijbel, maar ik betrapte mij er menigmaal op dat ik verder terug in de tijd zat te denken. Misschien was dat ook de bedoeling. Leuk om een keer een kijkje in zo'n gemeenschap te hebben, des te tevredener ben ik met mijn gemeenschap hier.

Uitnodiging

Beanbagreaders1
Wat is er nou gezelliger dan samen met een stel andere boekenliefhebbers een middag doorbrengen? Niks toch? Al eerder organiseerden enkele boekbloggers een dergelijke informele bijeenkomst en inmiddels is het hoog tijd voor de derde. Deze vindt plaats in Zwolle, op een nog nader bekend te maken locatie op loopafstand van het station, op 17 maart. We beginnen zo rond 13.30 uur.

Naast praten over boeken en boekenkasten en e-readers en tbr-stapels gaan we ook nog proberen een boek te bespreken, namelijk The Sense of an Ending van Julian Barnes, de Man Booker Prize winnaar van 2011, die door Anna een tijdje geleden al enthousiast werd besproken.

Je bent als boekenliefhebber van harte welkom, ook als je zelf geen blog hebt, maar wel benieuwd bent hoe een boekblogger er nu in levende lijve en in het wild uitziet. Geef je op bij Anna via het contactformulier en je krijgt te zijner tijd te horen waar de bijeenkomst precies plaats vindt en wie er nog meer komen. Meerdere mensen hebben zich al opgegeven.

Tot 17 maart in Zwolle!

Anna van Gelderen / Koen de Jager 

Frida Kahlo

Frida

Frida Kahlo, een vrouw van Rauda Jamis was een boek dat ooit gelezen moest. Ik kende de schilderijen van de Mexicaanse kunstenares en ben er nog steeds door gefascineerd. Het waarom, daar kom ik zo op.

In het kort even neerzetten waar dit over gaat. Frida Kahlo is een Mexicaanse met Europees bloed in de aderen, met name door haar Duitse vader. Op jonge leeftijd blijkt al haar eigenzinnige natuur. Zo helpt ze bijvoorbeeld haar zus te ontsnappen aan het ouderlijk huis. Op een dag valt Frida en vergaat van de pijn. Het blijkt een tuberculeuze infectie aan haar been waar ze haar leven lang last van blijft houden. Daar blijft het niet bij. Ze krijgt een busongeluk waarbij ze doorboord wordt door een ijzeren plaat. Ze overleeft het maar net, maar zit voor de rest van haar leven vast aan bed en korset.

In die lange tijd in bed begint ze te schilderen. Er hangt een spiegel bovenin het hemelbed en ze gaat datgeen schilderen dat ze het beste kan zien, zichzelf.

Toen Frida haar eigen beeld zag in de spiegel, sloot ze angstig haar ogen omdat ze zich niet kon wegdraaien van het spiegelbeeld...Ontsnappen was onmogelijk. Zodra ze haar ogen opsloeg keek Frida naar Frida, sloeg ze haar stille ontreddering gade en werd ze door zichzelf getroffen. Frida glimlachte en de spiegel-Frida glimlachte kalm terug. Frida haatte zichzelf omdat ze op deze manier gehandicapt was en de ogen van spiegel-Frida stonden hard en onvriendelijk.

Hier ligt de essentie van haar kunstenaarschap. Een vrouw met temperament is aan bed gekluisterd met alleen haar spiegelbeeld als gezelschap. Ze lijdt en dat lijden legt ze vast in haar zelfportretten. Op alle mogelijke manieren. Het wordt een levensverhaal in zelfportretten en naar mijn weten is dat tamelijk uniek.

Ze raakt verliefd op en getrouwd met Diego Rivera, een losbol van een schilder die haar ontrouw is. Frida herstelt soms en kan reizen met haar man ondernemen naar de Verenigde Staten. Ook zij heeft haar minnaars. Ze ontmoeten en raken bevriend met beroemdheden als Trotski, Picasso en Breton. Het is een tumultueus bestaan, waarin haar anker de kunst is die ze maakt. De pijn, Diego, de miskramen, alles wordt rondom Frida verbeeld. Uiteindelijk is haar lichaam op en sterft ze, 47 jaar oud.

Het is een levendig boek. Het verhaal wordt door de biografe verteld, maar wordt afgewisseld door teksten van Frida zelf en met citaten van anderen over haar. Bovendien wordt ook de politieke situatie in het Mexico in het begin van de twintigste eeuw geschetst. Minpuntje is dat het een relatief beknopte biografie is. Het had van mij wat gedetailleerder mogen zijn, met name wat betreft haar werken; daar wordt in vogelvlucht doorheen gewandeld. Laat dat het zijn en laat mij eindigen door Frida zelf aan het woord te laten, in het volle leven, over haar relatie met Diego Rivera:

We werden onmiddelijk goede vrienden. Hij kwam daarna vaker op zondag. Ik noemde hem 'de dikke' en zei tegen hem dat hij een paddekop had. Dat ergerde hem helemaal niet, hij moest er juist om lachen. Hij heeft ook een paddekop..
En daarna namen de dingen gewoon hun loop. Hij maakte me het hof, ik plaagde hem, we kregen een uitstekende verstandhouding en uiteindelijk bezweken we voor elkaars charme en verleidingskunst. De reus en het manke meisje ui Coyoacan.

Hier is een link te vinden naar de complete werken van Frida Kahlo. Verder is er op Youtube mooi materiaal te vinden, zoals deze film met kleurenbeeld van Frida en Diego en zelfs een complete biografie in 6 delen:

deel 1
deel 2
deel 3
deel 4
deel 5
deel 6

Vertaling: Marianne Gossije       

Kahlo

De Gebroken Zuil

Mysterium

B4c06976525a3ea592b38735a77434d414f45411

Als er weer een nieuwe pil van Rita Monaldi en Francesco Sorti uitkomt weet ik het al. De gang naar de boekhandel is onvermijdelijk. Zo ook met Mysterium, de laatste telg uit de zevendelige romancyclus over de castraatzanger, diplomaat en spion Atto Melani.

In Mysterium wordt een sprong in de tijd gemaakt. Het speelt zich af voor de overige delen, als Atto Melani nog niet de gevreesde diplomaat is, maar een jonge castraat die op weg is naar het Franse hof voor een optreden. Hij reist per schip met zijn begeleider, een secretaris en een gezelschap van castraten, filologen en boekhandelaren en een bibliothecaris.

Het schip wordt gekaapt, er volgt een schipbreuk en het gezelschap raakt, samen met twee kapers, verzeild op het eilandje Gorgona. Hier vinden ze sporen van een Slavonische monnik die een indicatie geven van een grote schat aan verloren gewaande historische geschriften. Als dan ook nog blijkt dat een mysterieuze moord enkele jaren ervoor in Rome hier direct mee te maken heeft, wordt langzaamaan het geheim achter de geschriften ontrafeld.

Dat langzaamaan mag u gerust letterlijk nemen. Monaldi & Sorti hebben uitputtend bronnenonderzoek gedaan en lijken ook alles gebruikt te hebben. Dat is ook meteen de valkuil van dit boek. Er zijn uitgebreide bespiegelingen opgenomen over Copernicus en Galilei, over het waarheidsgehalte van de geschiedschrijving, over Plato en Aristoteles en ga zo maar door. Een beetje in deze trant:

'Tussen Copernicus en Galilei liggen negentig jaar. In die periode zijn er elf pausen geweest, en geen van hen heeft bezwaren tegen Copernicus geuit, integendeel, ze hebben hem vaak juist gesteund!'...'Laat dit voldoende zijn: Gregorius XIII voltooide zestig jaar geleden de hervorming van de kalender door zich op de Tabulae prutenticae te baseren, de tabellen die aan de hand van Copernicus' theorieën waren samengesteld!'

Dat gaat zo bladzijden lang door en dan nog over tal van andere onderwerpen. Er zijn mensen die zo'n boek dus niet doorkomen. Ik wel. Het is mijn persoonlijke afwijking dat ik hoofdstukken lang geschiedenisfeitjes aan mij voorbij kan laten trekken. Gelukkig zorgen de onderlinge verhoudingen tussen de personages voor een hoop verluchting tussendoor. Boekhandelaar Scioppius en bibiliothecaris Naudé zitten elkaar het hele boek door in de haren:

'Sodomiet, hè?' zei hij tegen Scioppius met een leep gezicht. 'Scaliger maakte je uit voor sodomiet. Nou, allemachtig, da's een goeie! Die miste ik nog, jajaja. Hoe kan het dat ik dat niet eerder wist?'...
Scioppius verstrakte, als door een adder gebeten. Toen siste hij met ogen als spleetjes: 'Waag-het-niet begrepen? Als je ook maar iets dergelijks probeert te denken, vuile pederast, dan...' Hij trok een schoen uit en zwaaide er dreigend mee.

Kortom, een boek voor liefhebbers van geschiedenis, filologie en geschriften in het algemeen. Ik heb er van genoten.

Vertaling: Jan van der Haar


 

Newfoundland

531fdd0055328e1597732375977434d414f45411

Ik ontving Westsiders van Tom Finn via de Early Reviewers dienst van Librarything. Ik  was eerlijk gezegd al vergeten dat ik er op had ingetekend. Het boekje van nog geen 200 pagina's bevat 9 korte verhalen die zich allemaal afspelen in Newfoundland, Canada in de jaren 40 van de vorige eeuw.

Nu weet ik helemaal niets van Newfoundland, laat staan over die periode, dus ik toog goedgemutst aan het lezen. Nu ik het boek uit heb weet ik niet goed wat ik er mee aan moet. Het zijn verhalen over mensen en hun bezigheden. Het zijn verhalen zonder plot, wat ook niet persé hoeft, maar bij bijna ieder verhaal bleef ik een beetje zitten met een gevoel van "was dit het nou?"

Zo worden we meegenomen langs de beslommeringen op een politiebureau, leven we mee met een alleenstaand zwanger geraakt meisje, een vrijgezel die in de steek wordt gelaten door zijn nieuwe vriendin en de ouders die een zoon zijn verloren.

Op een enkele uitzondering na raakte ik niet echt betrokken bij de hoofpersonen. Misschien dan nog het meest bij Harry, die geen hoofdpersoon is maar over wie wordt verteld door één van de karakters. Harry is ziek en de verteller zit achter zijn vrouw aan:

Well, you can imagine how I felt George. Absolutely disgusted with myself, totally dismayed by the way I'd been carrying on. While I had been trying to seduce his wife, Harry, a good friend if ever there was one, had been struggling painfully, heroically if you like, against this implacable enemy. To be betrayed by his body was at least natural and understandable, however unfortunate, but to be betrayed by a friend? That was unnatural, George. Bad form, as Harry himself would to say.

O ja, en Edie. De vrouw die ziek is en het niet beseft of niet wil beseffen. Wiegt mee op de muziek, is verward en heeft hulp nodig. Zo'n onderwerp geeft wel een goed verhaal:

'I think she's waltzing,' he sighed. "In her head you know, waltzing."..."She's not aware of it herself, at least as far as I can tell."..."The first time she did that swaying thing was at Evensong, about three or four months back. Thank God there wasn't much of a crowd, but even so I think Reverend Loder noticed it. Old Mrs. Cull was behind us and the poor thing looked half scared to death. I'm sure she thought Edie was drunk"..."She's afraid, Ralph. She wants help but she's too frightened to look for it"

Omdat het korte verhalen zijn leest het boek wel weer lekker weg. De tekening op de voorkant is van de auteur zelf, hoewel ik daar ook niet steil van achterover sla. Voor tussendoor of voor een geplande trip naar Newfoundland is het een aardig boek, maar eigenlijk ook niet meer dan dat.

Afghanistan

0571238807

Het boek The Wasted Vigil van Nadeem Aslam werd aangeraden op de Boekbloggersbijeenkomst van 11 juni 2011. Meteen een mooi onderwerp voor de volgende bijeenkomst op 15 oktober 2011. Dan moest-ie alleen nog wel even gelezen worden.

Dat was geen straf. Het is een prachtig boek over Afghanistan en over de moeilijke tijden die dat land doormaakt. Het is geen boek waarvan de hele inhoud klakkeloos samengevat moet worden, dan doe je het geen recht. Daarom geef ik ongeveer weer wat er op de achterkant staat en laat er zo mijn eigen bespiegelingen op los.

Een Engelse weduwnaar leeft in een oude parfumfabriek in de schaduw van het Tora Bora gebergte in Afghanistan. Er komen mensen op bezoek. Een Russische vrouw die haar verdwenen broer zoekt, een soldaat. Een CIA-agent en een voormalig CIA-agent. Een moslim-fundamentalist en een Afghaanse schooljuf. Zes levens die ergens in dit boek bij elkaar komen. Allemaal zoeken ze iets of iemand en de parfumfabriek, met boeken tegen het plafond genageld en een stenen boeddha in een kelder, vormt het middelpunt.

Aslam heeft een prachtige schrijfstijl. Hij kent zijn klassieken en gebruikt beelden vanuit de Islam om een sfeer te scheppen:

Somewhere very far away a muezzin had begun the call to the prayers of dawn, defined by Islam as the moment when a black thread can just be distinghuised from a white one without artificial light.

Hij gebruikt die beeldende schrijfstijl ook om nietsontziend de gruwelen van de oorlog te beschrijven. Er staan passages in die niet voor de fijngevoeligen onder ons zijn. Het mooie is dat het verhaal van Afghanistan vanuit verschillende gezichtspunten wordt beschreven. Het is niet de kwade muzelman tegen de Westerse vredebrenger, Aslam brent de nuance aan die nodig is:

'We are here to help your country. We came to get rid of the Taliban for you...'
'Please stop,' she tells him. 'The Taliban regime had been in place for years and no one was particularly bothered about getting rid of it. You are not here because you wanted to destroy the Taliban for us, you are here because you wanted retribution for what happened to you in 2001. I am glad they are gone but let's not confuse the facts.'

Ik heb wat recensies gelezen over dit boek die stellen dat het onwaarschijnlijk is dat al die nationaliteiten elkaar tegenkomen in en nabij zo'n fabriek. Dat stoort mij helemaal niet. Ik zie de fabriek als metafoor voor het land zelf. Al die personages lopen er rond en hebben met elkaar te maken. Vrijwillig of niet, ze zijn tot elkaar veroordeeld.

Dus lees het en leef mee, vooral met de weduwnaar. Zijn vrouw gestenigd, vergeefs zoekend naar zijn kleinzoon, zijn hand afgehakt door de Taliban. Geslagen door het leven in Afghanistan, waar hij toch niet weg gaat.